• S. de Waart

RAAD VAN WIJZEN: WILLEM SEDEREL


‘Transitie complex, maar verandering onvermijdelijk’

De Raad van Wijzen van Material Sense LAB bestaat uit experts in hun vakgebied. Zij werken allemaal mee aan de transitie naar een circulaire economie. De komende tijd stellen we ze graag aan u voor. We beginnen met Willem Sederel.

Willem Sederel maakte ruim drie jaar geleden de overstap van de zware chemische industrie (Shell/GE/Sabic) naar de biobased community. Hij was directeur van The Biobased Delta op en is nu voorzitter van het Biorenewables Business Platform. De transitie naar een circulaire economie is complex, stelt Sederel, maar hij blijft hoopvol: ‘We moeten ons niet laten weerhouden door negatieve respons, maar blijven experimenteren en onderweg leren van wat nog niet goed gaat. Het zou mooi zijn als we in 2017 daadwerkelijk iets gaan zien van de koppeling van nieuwe, duurzame toepassing van materialen en het terugdringen van CO2-uitstoot.’

De overstap van de chemische industrie naar lobbywerk voor de biobased ontwikkeling lijkt opmerkelijk. Of valt dat mee? ‘Voor mij is die stap vrij vanzelfsprekend. Binnen de industrie heb ik altijd veel gedaan aan productontwikkeling, nieuwe processen en toepassingen van nieuwe materialen. Ik heb me bezig gehouden met het in de markt zetten van duurzame producten en de vraag wat duurzaam is. Want een biobased materiaal is niet per definitie duurzaam, bijvoorbeeld als het niet efficiënt is om te maken vanuit een energiestandpunt. Ook boog ik mij over het bedenken van toepassingsmogelijkheden van nieuwe grondstoffen, en hun functionaliteit. Zo’n vier jaar geleden was de timing goed om over te stappen. Na 35 jaar in de industrie op een directieniveau te hebben gewerkt, is mijn netwerk goed. Dat kan ik nu inzetten in de uitdaging om de transitie naar een circulaire economie aan te jagen.’

Wat zijn de uitdagingen op dat pad?

‘Het Biorenewables Business Platform adviseert het ministerie van Economische Zaken over duurzame toepassingen van hernieuwbare grondstoffen met focus op biomassa en reststromen voor chemie en materialen. Wij stimuleren door middel van studies, jagen aan en faciliteren het proces. We proberen ook steeds business cases van de grond te krijgen. Lastig daarbij op dit moment is bijvoorbeeld de lage prijs van fossiele grondstoffen. Dat maakt de transitie lastiger en zorgt dat het langer duurt, de economische prikkel om te veranderen is klein.’

Je stelt dat het daardoor langer duurt; ben je overtuigd van het slagen van de transitie?

‘Ja, al was het maar omdat uiteindelijk de wal het schip keert. We verbruiken veel meer grondstoffen dan de aarde kan aanvullen op dit moment, deze uitputting kan niet door blijven gaan. Maar dat is de negatieve kant van het verhaal. Veel positiever vind ik het dat alle krachten – Donald Trump lijkt de uitzondering die de regel bevestigt – ervan overtuigd zijn dat we moeten veranderen. De wetenschap is voor 95% unaniem over de noodzaak tot verduurzaming van ons grondstoffenverbruik en het verminderen van de CO2 uitstoot. En na het akkoord van Parijs is echt iets gebeurd. Dat zo veel landen het er mee eens zijn dat we een stap moeten zetten, dat maakt verschil. En er gebeurt ook al veel. Zo is energiebesparing in de chemische industrie de laatste vijftien jaar al een speerpunt, net als het innoveren van de productieprocessen, bijvoorbeeld om warmte efficiënt te gebruiken. De motivatie was aanvankelijk misschien uitsluitend economisch maar het effect is gunstig voor de transitie naar een duurzame economie. Een duidelijk voorbeeld waar ecologie en economie hand in hand gaan.’

Hoe belangrijk is de rol van de overheid in dat proces?

‘Die is heel groot. We moeten allemaal onze rol nemen in de verdere besparing, ook jij en ik. Maar het helpt enorm als overheden dwingender zijn in wet- en regelgeving of juist keuzes faciliteren door subsidies te verlenen. Zo heeft Noorwegen besloten in 2025 alleen nog elektrische auto’s toe te staan, en subsidieerde Zweden de ontwikkeling van een ‘first of a kind’ circulaire fabriek, om een voorbeeld te stellen. Uiteindelijk moet de industrie dat zelf kunnen, maar soms moeten we met z’n allen die drempel even over. Een ander punt is dat we op een gegeven moment het CO2-probleem onderdeel zouden moeten maken van de (kost)prijs van een product. Nu lijkt een duurzaam alternatief soms ‘duurder’ maar is de CO2-uitstoot laag. Zou je die belasting beprijzen dan zouden minder duurzame keuzes juist als duurder uit de bus komen. Nu is het wat dat betreft appels en peren vergelijken.’

Ligt de kans van slagen van de transitie daarmee in handen van overheden? Moeten zij ons gidsen?

‘Dat is gedeeltelijk waar. Maar we moeten ook eerlijk naar onszelf kijken als industrie en privé personen. De eiwit-transitie is heel belangrijk. Als iedereen twee dagen per week vegetarisch zou eten, is dat een enorm duurzame oplossing. Net als carpoolen of niet naar New York vliegen om te shoppen. 'Local for local', het helpt echt. Iedereen moet zijn rol pakken, de overheid met een visie, een stip aan de horizon en een tijdspad dat we samen kunnen bewandelen. Regeringen zouden dat moeten durven vastleggen voor een langere periode van tien, twintig jaar en niet steeds met het overdragen van het stokje ook het beleid beëindigen. Dat geeft richting.’

Het lijkt soms of milieu-maatregelen toch geen zin hebben, omdat onderzoek vaak al gauw de vinger op de zwakke plek legt, op het punt waarin de poging faalt.

‘Terwijl er vaak ook heel veel goed gaat bij alle pogingen die worden genomen in de overgang naar een meer duurzame samenleving en economie. En zelfs als maatregelen niet opleveren, kun je veel van het proces opsteken voor de toekomst. En natuurlijk kan het altijd beter, maar ook kleine verbeteringen hebben hun waarde. Er zijn sterke krachten tegen, er is ook een fossiele lobby uiteraard. Maar daar moeten we ons niet door van de wijs laten brengen en goede projecten gewoon gaan uitvoeren. Het betere is vaak de vijand van de goede, ook in dit proces.’

Waarom heb jij ervoor gekozen zitting te nemen in de Raad van Wijzen van Material Sense LAB?

‘De focus op materialen vind ik heel interessant vanuit duurzaamheidsperspectief. Daarnaast is design een geweldige manier om een verhaal te vertellen. Vanuit ons biobased platform, en dat geldt ook voor de industrie en misschien ook wel de overheid, is het lastig om het grote publiek te bereiken. Door materialen te ontwerpen kun je een verhaal over brengen, heel tastbaar door er producten van te maken die je kunt zien, voelen, pakken. Dat heb ik ook in de praktijk gezien. Tijdens Dutch Design Week Eindhoven in 2014 werkten wij als Biobased delta en Green Chemistry Campus samen met Simone de Waart van Material Sense LAB aan een Wunderkammer vol voorbeelden van duurzame toepassingen, van natuurlijke vezels tot kleding en manieren om te recyclen. Zonder een tastbaar voorwerp, en de communicatie die dat uitlokt, zouden veel processen en onderwerpen te complex blijven om over te brengen. Design is dan een geweldig medium. Een biodegradeerbaar golfballetje laat toch prachtig zien hoe belangrijk biologisch afbreekbare materialen zijn.’

Welke ambitie heb jij voor 2017, vanuit jouw rol als Wijze in de raad?

‘Het zou mooi zijn als we daadwerkelijk iets gaan zien van de koppeling van nieuwe, duurzaam toegepaste materialen en CO2-besparing. We hebben Parijs gehad, en hier zijn de acties die we hebben genomen. Als het zo concreet is, krijgt het resonanties richting het grotere publiek. Laten we helder zijn over oplossingen. En over de politiek, zeker met de verkiezingen op komst. D66, GroenLinks Pvda, dat zijn de partijen waar het het meest resoneert, we moeten hen betrekken bij wat we doen. Zonder tegenspraak uit te bannen trouwens, want de geschiedenis leert ons dat grote veranderingen nooit zonder wrijving hebben plaatsgevonden. Deze transitie is nu eenmaal een heel complex onderwerp, dus laten we kritisch op elkaar blijven, op een opbouwende manier.’

www.biobasedeconomy.nl foto: biobased materiaal Rodenburg, foto Zan van Alderwegen

NIEUWS

NIEUWSBRIEF

Schrijf je hier in voor onze

nieuwsbrief!

TAGS